Plenty is het boek dat groenten tot hoofdgerecht maakte in westerse keukens, en het is geschreven door iemand die geen vegetariër is.
Dat is geen detail, maar de hele verklaring. Toen The Guardian Yotam Ottolenghi in 2006 vroeg een vegetarische column te schrijven, had hij geen ideologische agenda om te verdedigen. Hij benaderde groenten als elk ander ingrediënt, met dezelfde eisen aan smaak en techniek die hij aan een stuk vlees zou stellen. Het resultaat waren gerechten waarvoor niemand zich hoeft te verontschuldigen.
De methode is door het hele boek consequent. Hard roosteren in plaats van koken. Zuur in de vorm van citroen, granaatappel of yoghurt. Kruiden in hoeveelheden die verkeerd lijken tot je proeft. Noten, zaden en geroosterde specerijen voor textuur. En bovenal goed op smaak brengen, want groenten kunnen en moeten meer zout hebben dan de meeste mensen durven te geven.
Het boek is ingedeeld op ingrediënt in plaats van maaltijd, dus bladgroenten, aubergine, kool, rijst en granen, pasta en couscous, peulvruchten, tofu, wortelgroenten, pompoen, ui, fruit, paddenstoelen en tomaat. Daardoor is het bruikbaar op de manier die er in de praktijk toe doet, wanneer je iets in je hand hebt en je afvraagt wat je ermee moet doen.
De 120 recepten putten uit het hele Middellandse Zeegebied en het Midden Oosten, maar net zo gemakkelijk uit Azië. Aubergine met karnemelksaus en granaatappel, sobanoedels met aubergine en mango, tofu met zwarte peper, taart met gekaramelliseerde knoflook.
Het won de prijs van Observer Food Monthly voor kookboek van het jaar en is een van de best verkochte Engelstalige kookboeken van de afgelopen 20 jaar. Dat za'atar, sumak en granaatappelmelasse tegenwoordig in gewone supermarkten staan, is voor een groot deel aan dit boek te danken.
Aantal pagina's: 288
Aantal recepten: Ongeveer 120
Uitgever: Ebury Press
ISBN: 9780091933685
Taal: Engels
Eerste uitgave: April 2010