Coconut & Sambal gaat over een van de grote keukens ter wereld, die nauwelijks in het Engels is gedocumenteerd.
Indonesië bestaat uit zeventienduizend eilanden en meer dan 300 bevolkingsgroepen, dus niet uit één keuken maar uit honderden. Het is ook de plek waar de hele specerijenhandel zijn oorsprong vond. Nootmuskaat en kruidnagel groeiden oorspronkelijk alleen op de Banda-eilanden, en Europeanen zeilden de wereld rond om ze in handen te krijgen. In 1667 ruilden de Nederlanders Manhattan voor een van deze eilanden om hun nootmuskaatmonopolie veilig te stellen, wat iets zegt over hoeveel deze specerijen waard waren.
Sambal vormt de basis, en net als kimchi is het niet één ding maar honderden. Rauw of gebakken, met garnalenpasta of zonder, met tamarinde, limoenblad of gedroogde vis, en iedere regio heeft zijn eigen variant. Daarom begint het boek ermee.
Daarbij komt kokos in al zijn vormen, melk, room, olie, geraspt en geroosterd, samen met kecap manis, laos, citroengras en kemirinoten.
Het meest leerzame gerecht is rendang uit West-Sumatra. Het vlees wordt in kokosmelk gekookt totdat de melk schift en het vlees uiteindelijk bakt in de olie die daarbij vrijkomt. Het duurt uren en er bestaat geen kortere weg, maar de techniek verandert de manier waarop je over langzaam garen denkt.
Lara Lee is Australisch en heeft Chinees-Indonesische wortels. Ze schreef het boek nadat ze door het land had gereisd om het eten van haar familie te achterhalen. De meer dan 80 recepten zijn huiselijk en gebaseerd op ingrediënten die daadwerkelijk verkrijgbaar zijn.
Het boek werd door onder andere The New York Times, The Guardian en National Geographic uitgeroepen tot een van de kookboeken van het jaar.
Aantal pagina's: 288
Aantal recepten: Meer dan 80
Uitvoering: Hardcover
Uitgever: Bloomsbury
ISBN: 9781526603517
Taal: Engels
Voor het eerst uitgegeven: Juni 2020