Georgië is de plaats waar wijn werd uitgevonden. De oudste sporen van druivenwijn zijn ongeveer 8.000 jaar oud en de methode wordt nog altijd gebruikt: de druiven vergisten met schillen en steeltjes in kvevri, grote aardewerken vaten die in de grond worden ingegraven en maandenlang worden afgesloten. UNESCO heeft de techniek opgenomen op de lijst van immaterieel cultureel erfgoed. Wat tegenwoordig in iedere natuurwijnbar als orange wine wordt verkocht, is dus geen moderne uitvinding, maar al duizenden jaren onderdeel van het dagelijks leven in Georgië.
De keuken draait veel meer om groenten dan je misschien zou verwachten. Walnoten komen in vrijwel alles terug, in pkhali, een soort groentepaté, en in satsivi, een walnotensaus, terwijl verse kruiden worden gebruikt in hoeveelheden die een Zweed zouden doen aarzelen. Melkzuurgefermenteerde groenten hebben een vanzelfsprekende plaats op tafel. En dan zijn er khachapuri, het kaasbrood dat in de Adzjarische variant in de vorm van een boot wordt geserveerd met een ei en een klont boter in het midden, en khinkali, gevulde deegpakketjes die je bij de knoop vasthoudt en rondom opeet.
Dit is het eerste Zweedse boek over de Georgische keuken. Het bevat ruim 140 recepten, aangepast zodat ze kunnen worden bereid met ingrediënten die in Zweden verkrijgbaar zijn, afgewisseld met reportages over kaasmakers, bakkers, marktverkopers en wijnproducenten. Karin Bojs schreef het voorwoord en de fotografie is van Bianca Brandon-Cox.
Het werkt even goed als leesboek als als receptenverzameling en is bijzonder interessant voor wie natuurwijn drinkt en wil weten waar die zijn oorsprong vindt.
Uitvoering: Hardcover
Aantal pagina's: 304
Taal: Zweeds
Eerste uitgave: 2019