Niki Segnit was geen chef, maar werkte met merken en marketing. Ze schreef dit boek uit frustratie omdat ze wel een recept kon volgen, maar nooit zelf iets kon bedenken, een probleem waarin op zijn zachtst gezegd veel mensen zich zullen herkennen.
Zo werkt het: ze selecteerde 99 basissmaken en verdeelde die over 16 families, waaronder geroosterd, aards, zwavelachtig, maritiem, grassig en bloemig-fruitig. De families staan voor in het boek in een wiel, waarbij smaken uit families die naast elkaar liggen doorgaans ook goed samengaan. Vervolgens krijgt iedere afzonderlijke smaak een eigen hoofdstuk, met daarin een aparte tekst voor elke andere smaak waarmee hij goed combineert.
Een voorbeeld. Je hebt rabarber in huis en weet niet wat je ermee moet doen. Je zoekt rabarber op en vindt onder meer combinaties met varkensvlees, gember, roos en vanille. Iedere combinatie krijgt een paar honderd woorden: waar ze vandaan komt, wie ermee heeft gekookt, hoe ze doorgaans wordt toegepast en soms een kanttekening over wanneer ze juist niet werkt. Je kiest er een en gaat koken.
Het is dus geen receptenboek. Er zijn aanwijzingen voor bereidingsmethoden, maar geen ingrediëntenlijsten met hoeveelheden, en dat is bewust. Het boek beantwoordt de vraag wat bij wat past, niet hoeveel gram je ervan nodig hebt.
Het won de André Simon Award en is uitgegroeid tot het standaardnaslagwerk voor wie zelf wil componeren in plaats van alleen maar volgen. Dat het bovendien bijzonder leuk is om doorheen te bladeren, is een bonus waar niemand om vroeg maar die iedereen waardeert.
Uitvoering: Hardcover
Aantal pagina's: 400
Taal: Engels
Eerste uitgave: 2010