Blood, Bones and Butter is de enige chefsmemoires die als literatuur overeind blijven, en de reden is dat Gabrielle Hamilton eerst schrijver en daarna chef is.
Het boek begint met het lam. Elke lente groeven haar ouders een kuil in de grond buiten de verbouwde zijdefabriek waar ze in New Jersey woonden, staken er een vuur in aan en nodigden honderden mensen uit voor een heel geroosterd lam. Haar vader was decorontwerper, haar moeder was balletdanseres geweest in Frankrijk.
Haar ouders scheidden toen ze dertien was en in de praktijk werd ze aan haar lot overgelaten. Ze loog over haar leeftijd om werk te krijgen in restaurantkeukens, raakte betrokken bij drugs en diefstal, werkte in zomerkampen en cateringkeukens en bracht een decennium zonder richting door voordat ze een schrijversopleiding volgde aan de University of Michigan.
In 1999 opende ze Prune in de East Village. Dertig plaatsen, geen ondernemingsplan en een menu met precies wat ze zelf wilde eten.
Het laatste derde deel gaat over een merkwaardig verstandshuwelijk met een Italiaanse arts en over de zomers bij zijn moeder in Puglia. Dat gedeelte is omstreden en sommige lezers vinden dat het boek er ontspoort. Misschien is dat zo, maar het is ook het minst sentimentele deel van het boek.
Het boek won een James Beard Award in de categorie schrijven en niet voor eten, wat eigenlijk genoeg zegt. Anthony Bourdain schreef er een van zijn meest uitbundige aanbevelingen ooit over.
Je leert niets over koken uit dit boek. Wat je wel krijgt, is het antwoord op de vraag waarom iemand vrijwillig vijftien uur per dag in een hete ruimte werkt voor weinig geld, en wie dat zelf heeft gedaan, herkent zich op iedere bladzijde. Wie het nooit heeft gedaan, krijgt in plaats daarvan een van de best geschreven memoires die er überhaupt bestaan over werken in een restaurantkeuken.
Uitvoering: Paperback
Aantal pagina's: 304
Uitgever: Vintage
ISBN: 9780099498339
Taal: Engels
Voor het eerst uitgegeven: 2011